Posts tonen met het label informatie uit het werkveld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label informatie uit het werkveld. Alle posts tonen

Scrum Scrum en nogeens Scrum


Toch maar eens in het concept Scrum en Scrumy (onze roze geeltjesbord) gedoken.
Het hele begrip was mij niet duidelijk, met oog op het ontwikkelproces wat ik nu zelf doorloop. Ook de inzet van Scrumy is mij niet duidelijk. Nu gebruik ik het als planbord voor mijzelf, waarbij ik mijn to-do-list thuis nu verplaatst heb naar een digitale tool.....



Scrum start met een Product Owner. Aangezien ik "alleen" aan deze curriculum ontwikkeling werk, ben ik daar de aangewezen persoon voor ;-). De Product Owner onderhoudt de verbinding tussen de stakeholders (en hun wensen) en het ontwikkelteam. Met de stakeholders wordt een lijst met belangrijke items die in het product opgenomen moeten worden samengesteld: de Product Backlog.


Vervolgens wordt een Sprint Planning gehouden waarin het ontwikkelteam een aantal items van de Product Backlog op zich neemt. Hiervoor wordt een definition-of-done geformuleerd, zodat duidelijk is waar de taak aan moet voldoen en wanneer deze voldaan is. De taken voor het uitwerken van deze items worden opgeschreven op post its en opgehangen in de 'to-do' list van het scrum bord. De taken worden dus niet toegewezen, maar worden in de Sprint Backlog (lees: in ons geval Scrumy) door de teamleden zelf gekozen op basis van urgentie of interesse/talent en verplaatst van to-do, naar ín progress' (ik ben ermee bezig), naar 'verify' (graag iemand even controleren!) tot 'done'. Dit proces kan ook opgenomen worden in een Burn down chart waarin dagelijks wordt bijgehouden hoeveel werk het team nog moet verzetten en of er voor- of achterlopen wordt op schema. 

Dan start de Sprint; een periode van 1-4 weken waarin het ontwikkelteam de gekozen items afwerkt tot een zo concreet mogelijk product. Dagelijks is er bij het Scrum bord een Daily Scrum of Standup meeting waarbij het team weer op elkaar afstemt en bespreekt wie wat heeft gedaan sinds de laatste ontmoeting.

Aan het eind van de sprint wordt het eindproduct door de Product Owner gepresenteerd aan de stakeholders in de Sprint review. Hier wordt al een bruikbaar product afgeleverd, maar de feedback die hier door de stakeholder gegeven wordt neemt de Product Owner weer mee voor de resterende items en het stellen van prioriteiten op de Product Backlog.
Daarnaast evalueert het team het proces tijdens de sprint in de Retrospective. En daarmee start weer een nieuwe Sprint.

Dan is er nog een Scrum Master, in de rol van coach. Deze heeft geen inhoudelijk belang maar zorgt dat het team de sprint volgens de fases doorloopt en stimuleert de snelheid en de creatieve processen.


Hieronder staan de links waarvan ik mijn informatie heb verkregen. Wellicht interessant o

scrum instructiefilmpje
scrum instructiefimpje 2
scrum begrippenlijst

Wat betekent dit nu voor mij: Ik ben als Product Owner tevens mijn ontwikkelteam. Gelukkig draagt mijn ontwerpbureau hier voor een deel aan bij. Mijn Scrum Master is tevens mijn ontwerpbureau en de docent die mijn proces bewaken.
Op mijn Product Backlog staan de door mij gevonden discrepanties in de curricum analyse. Deze zijn besproken met mijn directeur als stakeholder en samen hebben we prioriteiten gesteld.
Dan ga ik aan de slag met mijn Sprint planning waarin ik allereerst doelen ga stellen. Dit wordt onderdeel van mijn eerste sprint. Mijn definition-of-done zit in de beoordelingscriteria van LA2 en de feedback van mijn ontwerpteam en de docent, die mij de 'verify' geven op mijn doelen. Wanneer mijn doelen volledig zijn, kan ik ermee terug naar mijn stakeholders (directeur en team). De feedback gaat mee in de volgende sprint waarin ik aan een concreet product (onderwijsplan) ga werken, of een onderdeel hiervan, als deel van het curriculum. Dit ontwerp wordt tevens weer 'verified' door mijn ontwerpbureau, docent en expert in een pitch. En daarna weer terug naar de stakeholders. De feedback gaat weer mee terug in de laatste sprint waarin ik hoop een definitief product af te leveren.

Prettig om voor mijzelf nu de vaste punten te hebben waarop ik in gesprek ga met stakeholders. Dit om te voorkomen dat ik te snel ga, dat mijn ontwerp een stokpaardje wordt waarbij ik de stakeholders uit het oog verloren ben. Dit proces ga ik dus goed bewaken!
Daarnaast snap ik nu mijn verwarring over het scrum bord (scrumy tool). Na deze uitleg snap ik dat het voor mij als individu moeilijk te gebruiken is omdat mijn ontwerpbureau allemaal met eigen zaken bezig is en we niet gezamelijk aan een Scrumy bord kunnen werken. Na deze uitwerking heb ik wel beter zicht op de mogelijkheid van een bord en de toepasbaarheid binnen mijn team.



love it...


Toezicht onderwijsinspectie

Van afrekende beoordelaar naar kritische vriend. Zo luidt de titel van de aflevering van Nieuwsuur op 13 februari 2016. Hierin wordt de nieuwe rol van de onderwijsinspectie omschreven op basis van een pilotschool voor VO, op initiatief van het wetsvoorstel-Bisschop. Hierin wordt aangegeven dat inspectie zich minder moet richten op het persen van scholen in een keurslijf en zich meer moet richten op het verhaal van docenten en management en de visie van scholen. Ze kunnen hierin dan een adviserende of ondersteunende rol spelen om scholen naar een hoger niveau te tillen.
Tevens wordt de beoordeling met zwak, voldoende, goed en tegenwoordig zelfs excellent aangekaart. Hier zijn kamervragen over gesteld. Zoals Staatssecretaris Sander Dekker mooi verwoordt: "De inspectie is als de keuringsdienst van waren. Zij mogen enkel beoordelen of een rookworst verkocht mag worden in Nederland. Maar welke rookworst zij het lekkerst vinden hoeft niet benoemd te worden, dat is een kwestie van persoonlijke smaak". Terecht wordt daarbij benoemt dat een goede school voor het ene kind, totaal niet de geschikte plek kan zijn voor een ander kind, of ouder.


Per 1 februari 2016 heeft de inspectie tevens besloten de tussenresultaten in het PO niet meer mee te nemen in het eindoordeel over de school. De nadruk moet vooral liggen op hoe leerkrachten de ontwikkeling van leerlingen volgen en hoe zij uitdagende doelen stellen. Dit omdat het doel van toetsing, het nauwkeurig kunnen volgen van de ontwikkeling van de leerling, doorgeslagen is naar het kunnen verantwoorden van de schoolresultaten tegenover inspectie. Met als gevolg dat leerkrachten veel waarde gaan hechten aan de toetsresultaten, Cito gaan trainen of zelfs sjoemelen met de toetsen. Logisch eigenlijk, als je kwaliteit als leerkracht beoordeeld wordt op basis van je toetsresultaten....

In mijn visiestuk heb ik op basis van theorie onderbouwd dat wanneer bij leerkrachten benadrukt is dat zij verantwoordelijk zijn voor hun leerlingprestaties, zij eerder kiezen voor controlerend leraargedrag. Bij controlerend leraargedrag is de leerkracht sturend en is er weinig ruimte voor inbreng vanuit de leerling. Dit heeft direct invloed op het gevoel van autonomie dat de leerling ervaart (Vansteenkiste, Soenens, Sierens & Lens, 2005). Wanneer leerkrachten het gevoel hebben verantwoordelijk te zijn voor de prestaties van leerlingen op toetsen, hebben ze de neiging meer de les op te lezen en uit te gaan leggen. Ze geven de leerling hiermee minder ruimte om keuzes te maken en autonoom te leren (Deci et al., 1982). En dat terwijl het meer ruimte geven van de leerling en het gevoel van autonomie ervaren juist belangrijk is voor de ontwikkeling van vaardigheden zoals het kritisch denken, conceptueel denken die leerlingen nodig hebben in de huidige kennismaatschappij. 

Na jaren gewerkt te hebben in het SO ben ik enorm geschrokken van de nadruk die er in het regulier onderwijs ligt op de leeropbrengsten. Ook de 'angst' voor inspectie heb ik op een aantal scholen ervaren. Met als gevolg dat scholen zichzelf enorm gaan oppoetsen en inspectie alsnog geen realistisch beeld voorgeschoteld krijgt. Onlangs werd mij verteld dat ook op het VO  leerkrachten van de bovenbouw lijken te vervallen in controlerend leerkrachtgedrag doordat zij zich jaarlijks moeten verantwoorden op basis van de examenresultaten.
Ik hoop dat de rol van inspectie ook echt zal veranderen. Dat zij op scholen komen om in gesprek te gaan met leerkrachten, management en leerlingen. Dat zij scholen ondersteunen in hun visie op leren en ontwikkeling, door discrepanties waar te nemen. En vooral dat scholen en leraren daardoor zichzelf durven te zijn en durven te laten zien waar ze voor staan. En misschien nog het belangrijkste; dat leraren door de verminderde druk op de resultaten de ruimte weer voelen om leuke en inspirerende lessen te gaan geven!
 
Zie hier de Aflevering Nieuwsuur (10:39)

eindadvies platform onderwijs 2032


Al enige tijd wordt er vanuit allerlei onderwijshoeken gerefereerd naar de website van platform onderwijs 2032. Een mooi initiatief wat zich richt op het vormgeven van 'toekomstgericht onderwijs'. Tot nu toe voor mij een wat onsamenhangende website met verschillende initatieven. Ja, het onderwijs moet meer inspelen op de veranderingen in de samenleving, maar hoe?
Het platform komt nu met een eindadvies dat meer samenhang tussen alle initiatieven moet brengen en tot een hernieuwde visie over de kennis en vaardigheden die we leerlingen moeten meegeven in de (toekomstige) samenleving moet leiden. Het rapport is geschreven in opdracht van de staatssecretaris van Onderwijs (ja, dezelfde dame die momenteel met de exameneisen voor kinderen met dyslectie aan het rommelen is).

Maar wat is er dan zo anders in die samenleving van die toekomst?
Er zal minder vraag zijn naar mensen met een middelbare beroepsopleiding. Deze doelgroep ondervindt nu al moeite met het vinden van een baan. Levenslang werken voor dezelfde baas met baangarantie zoals de generatie voor ons had, zal voor iedereen verdwijnen. Werkgarantie zal samenhangen met het 'levenslang leren' en door je aan te passen aan dat waar vraag naar is.
Het goed beheersen van de Engelse taal is ook van belang, omdat Engels de taal van de informatisering is. Maar goede communicatieve vaardigheden in de eigen taal zijn ook essentieel omdat overleg, onderhandelingen en afstemming zowel op het werk als in het sociale leven een steeds grotere rol spelen. Door de multiculturele samenstelling veranderen of verdwijnen culturele elementen. Denk aan zwarte Piet. Onderwijs heeft een belangrijke rol bij de integratie van immigranten, maar ook in het maatschappelijke verantwoordelijkheidsgevoel van Nederlanders. Hoe vernieuwend dat laatste inzicht is vraag ik mij af, aangezien actief burgerschap & socialisatie sinds 2006 al een verplicht onderdeel is op het curriculum.

In de visie van het platform pleiten ze voor een vaste basis van kennis en vaardigheden die zich beperkt tot dat wat de leerling nodig heeft voor vervolgonderwijs en de maatschappij. Dat klinkt als kerndoelen, maar deze zijn volgens het platform te breed geformuleerd. Het platform wil komen tot een wettelijk verankerd kerncurriculum (met de basisvaardigheden en kennisdomeinen) en een te kiezen deel dat past bij de school. De kern wordt dus concreter ingevuld, maar aan de andere kant moet er meer ruimte zijn voor scholen en leerkrachten om het onderwijsaanbod in te vullen naar eigen onderwijsvisie. Mits deze aansluit op goed onderwijs, talent- en persoonlijkheidsvorming, goed onderwijs, professionaliteit van de leerkrachten, afstemmen met ouders, organisaties en professionals buiten school. En niet te vergeten meer samenhang in het onderwijs, waarin het lesgeven in vakken doorbroken moet worden zodat leerlingen meer vakoverstijgend en conceptueel leren denken en werken. Ik vind het een prachtige visie, maar om nu te spreken van meer ruimte voor de leerkracht met al die gestelde kaders? En wacht, er is nog meer....

Het platform komt tot essentiële kenmerken waaraan toekomst gericht onderwijs zou moeten voldoen;
1. De leerling ontwikkelt kennis en vaardigheden door creativiteit en nieuwsgierigheid
De leerlingen nemen geen kennis tot zich maar construeren kennis door kritische vragen te stellen, samen te werken, reflecteren, levenslang leren, risico's te nemen, veerkracht en leren wat ze moeten doen als ze het even niet weten.
2. De leerling vormt zijn persoonlijkheid
Wie ben ik, wat wil ik worden en hoe verhoud ik mij tot anderen in de samenleving. Zelfstandig keuzes maken, verantwoordelijkheden dragen, ondernemende en initiatiefrijke houding, weerbaarheid, zelfvertrouwen, vorm geven aan emoties, rekening houden met anderen, sociale interactie.
3. De leerling leert omgaan met vrijheid en verantwoordelijkheid en over grenzen heen kijken
Verantwoordelijke burgers die kritisch nadenken maar zich ook verantwoordelijk voelen voor het eigen handelen. Zij leren verder te kijken dan de grens van hun eigen stad of land. Zij moeten hiervoor verantwoorde keuzes kunnen maken, zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen, flexibel omgaan met kritiek en veranderingen, zorgzaamheid, sociale relaties aangaan en onderhouden, rechten en plichten, open houding en kennis van andere culturen en religies.
4. De leerling leert de kansen van de digitale wereld te benutten
Digitale vaardigheid en mediawijsheid, 'computational thinking'.
5. De leerling krijgt betekenisvol onderwijs op maat.
Alle leerlingen worden naar individuele mogelijkheden uitgedaagd zich ten volle te ontwikkelen en krijgen een brede basis aan kennis en vaardigheden mee om zich voor te bereiden op vervolgonderwijs. Onderwijs moet meer in verbinding staan met de wereld erbuiten om aan te sluiten op de leermotivatie van de leerlingen.

En dan nog de kennisvaardigheden; Nederlands, Engels, Rekenvaardigheden, Digitale geletterdheid, Burgerschap en de kennis van de wereld.  De zaakvakken worden volgens het platform geclusterd in drie leerdomeinen; Mens & Maatschappij (geschiedenis, Aardrijkskunde, Maatschappijleer), Natuur & Technologie (Biologie en techniek) en Taal & Cultuur (Cultuur, Godsdienst en kunstzinnige vorming). Deze clustering zou moeten leiden tot een diepgaande manier van leren waarbij de leerlingen de kennis uit de verschillende vakgebieden met elkaar in verband brengen. Nu krijgen ze veel informatie versnippert binnen. Hierdoor beklijft er te weinig. Door dieper in te gaan op de onderwerpen en deze met elkaar te verbinden en ideeën uit te breiden leren leerlingen de kennis beter toe te passen. Het platform noemt dit 'Meer van minder'. Een prachtig initiatief omdat encyclopedische kennis totaal niet meer relevant is. We zoeken het gewoon op. Maar weten waarom en hoe dingen zijn zoals ze zijn, daar zou de nadruk op moeten komen. En verbindingen met de buitenwereld leggen, want een natuur- of verkeersles geef je eigenlijk buiten... Maar hoe gaat het platform dan ook daadwerkelijk inrichten dat het onderwijsaanbod minder wordt, waardoor er meer tijd is om er dieper op in te gaan? Want leerkrachten willen dat nu ook al! Betekenisvolle lessen en verbanden leggen, daar is geen platform voor nodig. Maar wel de onderwijstijd! En waar gaat het platform die vandaan halen? Ik ben benieuwd.....

Dan zijn er ook nog de vakoverstijgende vaardigheden, zoals leren om te leren, creëren, kritisch denken, probleemoplossend vermogen en samenwerken. En vergeet niet de manier van toetsing en de exameneisen aan te passen.....

Alhoewel ik het eindadvies en ontzettend inspirerend rapport vind wat bijna in zijn geheel aansluit op mijn visie op onderwijs, denk ik dat dat voor veel leerkrachten geldt. Komt het eindadvies dus met geheel nieuwe inzichten? Ik denk het niet. Het zal vallen of staan met de concrete vormgeving van de inhoud, door overheid, besturen, scholen en de leerkrachten zelf. Want met de tijd meegaan, dat willen de meeste leerkrachten in mijn omgeving wel. Maar hoe? Want veel leerkrachten hebben het gevoel dat juist de omgeving (lees bijvoorbeeld inspectie) nog niet mee wil waardoor veranderen een moeizaam proces blijft. Laten we hopen dat ik binnen mijn werkplek als MLI-er daarbij in ieder geval kan helpen. Er ligt nog een flinke berg werk voor ons....  


Verboden je vinger op te steken!


Hoera voor facebook. Want tussen de vuile was van je vrienden en kennissen kom je dagelijks pareltjes uit het onderwijs tegen.
Zo raakte ik in november geïnspireerd door de blog van Ellen Emonds.
Zij schreef een artikel over de onnatuurlijkheid van vingers opsteken in de klas.


Uit:Kagan (2013)



Kinderen steken nergens hun vinger op, alleen op school. Niet bij het ontbijt thuis, niet op de sportclub, niet op het voetbalveldje of in de speeltuin. Kinderen leren namelijk al vanaf de dag dat zij het eerste geluidje maken, dat je in communicatie om de beurt praat. De baby brabbelt en mama reageert. Aangemoedigd door de reactie brabbelt de baby nogmaals, etc.
Ja, en soms praat je door elkaar. Net als volwassenen bij de bakker die gelijktijdig beginnen te praten omdat ze denken dat ze aan de beurt zijn. Niet onoverkomelijk, gewoon dagelijkse stof.


Ik baalde al een tijdje van het opsteken van vingers. Ten eerste omdat ik altijd dezelfde vingers zag verschijnen, maar ook omdat een aantal leerlingen door de klas bleef roepen. Gewoon, zonder vinger, omdat het kan. Maar mijn enthousiaste groep 3, met maar 12 leerlingen, leent zich graag voor een experiment.  Zo riep ik op een donderdagochtend na het opstarten van de dag dat ik een nieuwe klassenregel bedacht had: "Vingers opsteken is verboden". 12 paar ogen keken mij verbaasd aan. Ik voegde er wel één voorwaarden aan toe: "Er kan maar een iemand tegelijk praten". Een van mijn enthousiaste jongens, die graag van zich laat horen, greep de gelegenheid aan om een oneindig gesprek te starten: "Dus juf, ik mag nu gewoon praten? En wat gaan we vandaag doen dan? O en waarom staat daar.. ehm.... jouw tas? Enne....". Waarop ik hem aansprak op het feit dat praten nu wel mocht, maar niet moet. Na een zucht van opluchting zag ik hem ontspannen. Geleidelijk aan gedurende de dag zag ik steeds minder vaak vingers en meer spontane reacties. 's Avonds op de bank overdacht ik het proces en kwam tot de conclusie dat twee leerlingen zich niet hadden laten horen. Op vrijdag heb ik dat met de klas besproken. Niets geks, gewoon een observatie. Tot mijn verbazing gingen de twee iets wat verlegen dames na mijn uitspraak iedere keer wat meer aandacht vragen. Van een voorzichtige vinger en een "juf?" leerden zij stap voor stap om ook het antwoord te geven op mijn vragen of om zelf de aandacht te vragen. Niet allemaal op die vrijdagochtend, maar stap-voor-stap gedurende het proces. En de leerlingen die normaal zonder vinger door de klas riepen? Die zijn spontaan verdwenen. Want teveel roepen doe je niet, ieder antwoord telt. En als je roept, dan is het goed! De kinderen leren nu niet aan regels te voldoen alvorens te mogen reageren, maar leren gedurende de hele dag gesprekstechnieken; elkaar uit laten praten, andere eens aan het woord laten komen en jezelf durven te laten horen. 
En ja, als ik bij rekenen vraag hoeveel "2+3=" dan krijg ik weleens 12 antwoorden. Dat is handig, weet ik meteen wie het wel en niet begrepen heeft. En wijkt je antwoord af? Dan reageert daar niemand vreemd op hoor! Dat is ons ondertussen allemaal weleens overkomen!
En soms zijn ze enthousiast, bij een leuke les en wat een herrie is het dan. Maar wat een betrokkenheid laten ze dan zien, zonder dat ik deze onder controle probeer te houden met mijn controlerende maatregelen....

Dylan Williams, hoogleraar in Engeland, is bekend van 'Het experiment'. Hij concludeerde dat leerlingen in het onderwijs consumenten zijn en te weinig betrokken in hun eigen leerproces. Om de betrokkenheid te vergroten veranderde hij een aantal zaken in het onderwijsproces. Op korte termijn leidde dit tot significant hogere leeropbrengsten!
Een van de veranderingen die hij invoerde was het 'niet opsteken van de vinger'. Leerlingen die hun vinger opsteken missen alle instructie die vanaf dat moment nog gegeven wordt, tot het moment dat de vinger omlaag kan. Vaak met teleurstelling, een ander kreeg de beurt. Of vol schaamte, het antwoord waar je zo enthousiast over was, was verkeerd. Of dat je nog met je vinger in de lucht zit, maar niet doorhebt dat de juf al drie vragen verder is... En zijn het niet altijd dezelfde leerlingen die hun vinger opsteken? Williams schafte het opsteken van de vingers niet af om te bouwen op natuurlijke gesprekstechnieken. Hij hield het geven van beurten wel onder controle van de leerkracht. Maar hij pakte het wel anders aan. Zo kregen alle leerlingen een bordje met stift en moesten zij het antwoord opschrijven. Een vraag, iedereen antwoord. Opletten dus! Of hij deed de namen van alle leerlingen in en doos. En de naam die hij uit de doos trok, die mocht het antwoord geven. Random dus. Geheel in de trant van de 21e eeuw heeft schoolbordportaal dat al een online tool voor ontwikkeld; namenkiezer.

Voor de leerkrachten die dus graag de controle in de hand houden, is dit een bruikbare tool. Er zijn vast meer variaties op het internet te vinden. Ook de cooperatieve werkvorm denken-delen-uitwisselen kan een motiverende werkvorm. De leerkracht stelt de vraag, de leerling denkt zelf na, overlegt dan met de buurman en dan pas worden de antwoorden klassikaal uitgewisseld.

Dus of je nu kiest voor het afschaffen van de vingers en te vertrouwen op de natuurlijke gesprekstechnieken van de kinderen, of je houdt de controle nog even in handen door de beurten of geheel andere wijze te verdelen, het begint bij de eerste stap. Bewustwording of de aanpak die je gebruikt in je klassenmanagement wel zo logisch is. Vingers opsteken is zo normaal geworden, niemand denkt dat kritisch over na. En dat geldt waarschijnlijk voor nog 100 andere doodnormale dagelijkse keuzes die we maken in het onderwijs. De eerste stap is om jezelf eens af te vragen waarom. En dan eens te kijken of er geen alternatieven zijn die meer recht doen aan de leerling, leiden tot minder controle en meer betrokkenheid en zelfs nog leerzaam zijn ook!
Ik ben om, mijn 12 leerlingen ook!

Breinleren, uitdagend onderwijs en 21th century skills; Primaonderwijs magazine

Ik kwam hem gister tegen op mijn school en mijn blik werd direct getrokken door de kaft; de nieuw Prima onderwijs.nl over 21st century skills. Een dubbeldikke editie over inspirerend, uitdagend, onderwerpend, motiverend onderwijs voor leerlingen, gekoppeld aan breinwijs onderwijs. Mijn favoriete onderwerpen op een presenteerblaadje.

Remco Pijpers (kennisnet.nl) omschrijft de 21th century skills. Hij beschrijft dat scholen richtlijnen en kader nodig hebben om de skills op te kunnen nemen in curriculum. Hiervoor verschijnt begin 2016 vanuit het SLO, met hulp van kennisnet, een nieuw leerplankader over Digitale Vaardigheden. Belangrijk om in de gaten te houden dus....



Jelle Jolles (breinplein.nl) omschrijft het belang van inspirerend onderwijs. De natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen moet meer geprikkeld worden. Talentontwikkeling en vakoverstijgend leren (waar onsonderwijs2032 ook over spreekt) is een belangrijke ontwikkeling volgens Jolles. Jolles is niet enthousiast over de schrale leermaterialen en smalle lesmethoden die gebruikt worden en is meer gecharmeerd van de Maker Education Movement. Leerkrachten dienen volgens Jolles meer uit te dagen, onverwachte dingen te doen (zoals een quiz), buiten de comfortzone te treden, niet zo voorzichtig te zijn met de leerlingen, te inspireren zodat ze zelf meer met oplosingen en ideeën komen. Kinderen zijn slim, innovatief en ondernemend en het is dus van belang open te staan voor de oplossingen die zij aandragen. Kinderen zijn in onderwijs geen consumenten meer maar producenten en moeten opgeleid worden tot uitvinders. Nederland is namelijk geen productieland zoals Japan en China en moet het hebben van vernieuwende ideeën.



Oudere posts Homepage

Volg me!



Recent Comments