gesprek stakeholder

Naar aanleiding van mijn Scrum analyse, heb ik meer handvatten gekregen wanneer en hoe terug te koppelen naar de stakeholders in mijn ontwerpproces.

De belangrijkste stakeholder in mijn proces is de directeur van mijn onderwijsinstelling. Prettig daarbij is dat het altijd mogelijk is om op korte termijn even samen te komen.
Samenkomst met het team is moeilijker te realiseren en zal dus bewust voor lange termijn gepland moeten worden.

Vandaag met de directeur gesproken. Eerder hebben we samen de curriculum analyse doorgesproken. Vandaag heb ik aangegeven in welke richting ik de door mij gevonden discrepanties wil 'hervormen'.
Vooral het thema 'samenwerkingsvaardigheden' hebben we uitgebreid besproken, omdat we er beide enthousiast over zijn. De directeur geeft wel aan dat het herontwerp binnen de onderwijsbehoeftes van de leerlingen vormgegeven dient te worden. Zowel het team als de inspectie herkennen de structuurbehoefte bij de leerlingen, waardoor onderwijs didactieken zoals onderzoekend leren waarschijnlijk onvoldoende aan zullen sluiten op de doelgroep. Hier zal ik in mijn herontwerp rekening mee houden.

Door de koppeling van de samenwerkingsvaardigheden aan de zaakvakdoelen van groep 3/4 blijft de implementatie in eerste instantie nog beperkt. De directeur geeft aan graag gezien te hebben dat de vaardigheden in alle leerjaren, dus in het gehele curriculum, geïmplementeerd gaan worden. We spreken samen af om na het LA de samenwerkingsdoelen in het team te bespreken.
Daarnaast bespreken we het activerende instructiemodel, wat een handvat kan bieden voor het implementeren van de samenwerkingsvaardigheden. Ook hier heeft de directeur oren naar.

posted under | 0 Comments

Scrum Scrum en nogeens Scrum


Toch maar eens in het concept Scrum en Scrumy (onze roze geeltjesbord) gedoken.
Het hele begrip was mij niet duidelijk, met oog op het ontwikkelproces wat ik nu zelf doorloop. Ook de inzet van Scrumy is mij niet duidelijk. Nu gebruik ik het als planbord voor mijzelf, waarbij ik mijn to-do-list thuis nu verplaatst heb naar een digitale tool.....



Scrum start met een Product Owner. Aangezien ik "alleen" aan deze curriculum ontwikkeling werk, ben ik daar de aangewezen persoon voor ;-). De Product Owner onderhoudt de verbinding tussen de stakeholders (en hun wensen) en het ontwikkelteam. Met de stakeholders wordt een lijst met belangrijke items die in het product opgenomen moeten worden samengesteld: de Product Backlog.


Vervolgens wordt een Sprint Planning gehouden waarin het ontwikkelteam een aantal items van de Product Backlog op zich neemt. Hiervoor wordt een definition-of-done geformuleerd, zodat duidelijk is waar de taak aan moet voldoen en wanneer deze voldaan is. De taken voor het uitwerken van deze items worden opgeschreven op post its en opgehangen in de 'to-do' list van het scrum bord. De taken worden dus niet toegewezen, maar worden in de Sprint Backlog (lees: in ons geval Scrumy) door de teamleden zelf gekozen op basis van urgentie of interesse/talent en verplaatst van to-do, naar ín progress' (ik ben ermee bezig), naar 'verify' (graag iemand even controleren!) tot 'done'. Dit proces kan ook opgenomen worden in een Burn down chart waarin dagelijks wordt bijgehouden hoeveel werk het team nog moet verzetten en of er voor- of achterlopen wordt op schema. 

Dan start de Sprint; een periode van 1-4 weken waarin het ontwikkelteam de gekozen items afwerkt tot een zo concreet mogelijk product. Dagelijks is er bij het Scrum bord een Daily Scrum of Standup meeting waarbij het team weer op elkaar afstemt en bespreekt wie wat heeft gedaan sinds de laatste ontmoeting.

Aan het eind van de sprint wordt het eindproduct door de Product Owner gepresenteerd aan de stakeholders in de Sprint review. Hier wordt al een bruikbaar product afgeleverd, maar de feedback die hier door de stakeholder gegeven wordt neemt de Product Owner weer mee voor de resterende items en het stellen van prioriteiten op de Product Backlog.
Daarnaast evalueert het team het proces tijdens de sprint in de Retrospective. En daarmee start weer een nieuwe Sprint.

Dan is er nog een Scrum Master, in de rol van coach. Deze heeft geen inhoudelijk belang maar zorgt dat het team de sprint volgens de fases doorloopt en stimuleert de snelheid en de creatieve processen.


Hieronder staan de links waarvan ik mijn informatie heb verkregen. Wellicht interessant o

scrum instructiefilmpje
scrum instructiefimpje 2
scrum begrippenlijst

Wat betekent dit nu voor mij: Ik ben als Product Owner tevens mijn ontwikkelteam. Gelukkig draagt mijn ontwerpbureau hier voor een deel aan bij. Mijn Scrum Master is tevens mijn ontwerpbureau en de docent die mijn proces bewaken.
Op mijn Product Backlog staan de door mij gevonden discrepanties in de curricum analyse. Deze zijn besproken met mijn directeur als stakeholder en samen hebben we prioriteiten gesteld.
Dan ga ik aan de slag met mijn Sprint planning waarin ik allereerst doelen ga stellen. Dit wordt onderdeel van mijn eerste sprint. Mijn definition-of-done zit in de beoordelingscriteria van LA2 en de feedback van mijn ontwerpteam en de docent, die mij de 'verify' geven op mijn doelen. Wanneer mijn doelen volledig zijn, kan ik ermee terug naar mijn stakeholders (directeur en team). De feedback gaat mee in de volgende sprint waarin ik aan een concreet product (onderwijsplan) ga werken, of een onderdeel hiervan, als deel van het curriculum. Dit ontwerp wordt tevens weer 'verified' door mijn ontwerpbureau, docent en expert in een pitch. En daarna weer terug naar de stakeholders. De feedback gaat weer mee terug in de laatste sprint waarin ik hoop een definitief product af te leveren.

Prettig om voor mijzelf nu de vaste punten te hebben waarop ik in gesprek ga met stakeholders. Dit om te voorkomen dat ik te snel ga, dat mijn ontwerp een stokpaardje wordt waarbij ik de stakeholders uit het oog verloren ben. Dit proces ga ik dus goed bewaken!
Daarnaast snap ik nu mijn verwarring over het scrum bord (scrumy tool). Na deze uitleg snap ik dat het voor mij als individu moeilijk te gebruiken is omdat mijn ontwerpbureau allemaal met eigen zaken bezig is en we niet gezamelijk aan een Scrumy bord kunnen werken. Na deze uitwerking heb ik wel beter zicht op de mogelijkheid van een bord en de toepasbaarheid binnen mijn team.



Mijn flowmoment

Eigenlijk kennen we het allemaal wel. Je hebt het al een tijdje in de planning, maar het komt er niet van. Maar vandaag ga je je echt tot die activiteit zetten. Dus zet je alle spullen klaar en...........
Whow! Alle besef van omgeving en tijd leken verdwenen en wat een energie stroomt er uit het proces wat je net doorlopen hebt. Oftewel.... FLOW!

Flow wordt door Csikszentmihaly omschreven als een vorm van concentratie waarbij je zo gefocust bent dat het je opgaat in de activiteit. Flow ontstaat door een combinatie van concentratie, interesse en plezier.

Flow kenmerkt zich door een 9tal karakteristieken;
1. Realistische en duidelijke doelen
2. Hoge concentratie en weinig afleiding,
3. Verlies van het zelfbewustzijn en opgaan in de taak
4. Verlies van tijdsbesef
5. Directe feedback vanuit de taak
6. Balans tussen vaardigheid en uitdaging
7. Gevoel van controle (autonomie)
8. Intrinsiek belonende activiteit en daardoor moeiteloze inspanning (interesse en plezier)
9. Het bewustzijn is beperkt tot de activiteit zelf (dus laat je niet afleiden/afdwalen).

Bij het schrijven van deze blog rijst bij mij de vraag of Flow vergelijkbaar is met de activiteiten die ik "uitlaatklep' noem. Uitlaatklep wordt gedefinieerd als 1) gelegenheid om frustratie te uiten 2) middel om spanning af te reageren 3) manier om af te reageren. Volgens deze definitie is een uitlaatklep dus een activiteit als het gevolg van spanning of frustratie waar je vanaf wil. Csikszentmihaly begon zijn onderzoek naar Flow in eerste instantie met de vraag waar de oorsprong ligt voor 'geluk'. Na de oorlog merkte hij dat bij veel mensen het gevoel van onvrede lang bleef hangen. Hij ontdekte dat geluk niet samenhangt met onze omgeving, maar met onze innerlijke harmony. Mensen voelen zich vaak op hun best wanneer hun lichaam of geest vrijwillig uitgedaagd wordt om iets moeilijks te bereiken. Door de focus op de activiteit en het verlies van bewustzijn voor de omgeving, tijd en jezelf, lijken emotionele problemen even te verdwijnen. Een uitlaatklep leidt dus niet altijd tot Flow, maar Flow kan wel bijdragen aan het (even) vergeten van problemen en daarmee een uitlaatklep vormen!

Mijn Flow ontstaat vaak vanuit mijn creativiteit.



Als ik schmink....Niet op een schminkopdracht vanuit mijn bedrijf, maar wanneer ik thuis oefen met een nieuw model.
Ik heb dan een duidelijk doel, sluit aan op mijn vaardigheden maar til deze naar een hoger doel, voel me enorm autonoom omdat het eigen keus en controle is, richt me helemaal op het gezicht waardoor mijn omgeving en besef van tijd verdwijnt.
Dit lukt niet altijd. Wanneer het niet lukt en dus een gevoel van falen ontstaat, of ik de lat te hoog heb gelegd en de uitdaging dus niet haalbaar is dan leidt het niet tot Flow. Ook tijdens een schminkopdracht op locatie is er geen sprake van Flow. De druk en de omgeving zijn dan te sterk aanwezig.










Wanneer ik piano speel.....
Ik beheers de basis van het pianospelen vanwege lessen op jonge leeftijd. Wanneer ik een muziekstuk vindt dat goed aansluit op mijn vaardigheden (dus niet te hoog of juist te laag inzet) en een prettige instructiefilm, dan kan ik met behulp van mijn koptelefoon me letterlijk afsluiten van mijn omgeving. Wanneer ik het gevoel heb te gaan slagen in het onder de knie krijgen van het stuk, merk ik dat Flow ontstaat. Ik raak dan alle gevoel van tijd en omgeving kwijt en kan blijven spelen.




Mijn favoriete activiteit op vakantie, lezen......
Juist omdat ik mijzelf dan even helemaal kan verliezen, de omgeving verdwijnt en het voor mij de ideale ontspanning is. Allereerst moet ik mij er echt toe zetten om te gaan zitten lezen. Vooral het beginnen aan een boek vind ik moeilijk. Maar als ik eenmaal begonnen ben, dan ontstaat er een heerlijk gevoel van Flow waarin ik helemaal lijk te verdwijnen. Het liefst in een nietszeggende boek over Shopaholics, Bridget Jones, vampieren & weerwolven, etc. Enige valkuil is dat ik als ik eenmaal aan een boek begin, ik ongeduldig wordt. Soms lees ik het eind direct al, maar vaak krijg ik haast in het lezen en moet het boek uit. Ik ga dan slordig lezen, snel lezen en geniet niet meer van het boek. Dan is er ook geen sprake meer van Flow.

posted under | 0 Comments

Uterus Instructional Design Model UIDM La2-6

Met gepaste trots presenteren wij van ontwerpbureau Did@ctief een ID model voor differentiatie.
Het is gebaseerd op de concepten uit Scaffolding en begrippen uit literatuur over differentiatie.
Ons kindje heet het Uterus model.


In eerste instantie stonden convergente en divergente differentiatie onderaan in het model. Na overleg met Annemarie hebben we besloten beide begrippen bovenaan in het model te plaatsen. Dit omdat een school vaak al een visie heeft gevormd over de vorm van differentiatie vooraf aan de indeling van de groepen (denk aan unitwerken). Daarnaast wezen zowel inhoud, proces en product naar de keus tussen convergente en divergente differentiatie. Alhoewel het makkelijk is om te onderbouwen hoe je op het gebied van leerstof/inhoud kan differentieren (convergent/divergent) rees bij ons de vraag of je dit onderscheidt ook kan maken op proces- of productdifferentiatie. Nu de begrippen convergent en divergent omhoog geplaatst zijn in het model wordt dit onderscheid niet meer gesuggereerd.

Bezoek innovatieve school

Vandaag twee innovatieve scholen bezocht.

Eerst hebben we in Berghem basisschool de Fonkeling bezocht. Twee prachtige gebouwen die 2-stromingen onderwijs aanbieden. Een vrij traditionele school met coöperatief leren en aan de overkant van de straat de 2e stroom met units en een werkwijze gebaseerd op sterke elementen uit allerlei onderwijsvisies. Ouders kiezen bewust voor één van beide soorten onderwijs. Maar ook school kan in overleg met ouders besluiten dat de andere stroming beter aansluit bij het kind. Interessant voor mijn werkplek waar we op de lange termijn in een gebouw komen te zitten met een Montesori-school. Geen concurrentie, maar een goede samenwerking zoals bij de Fonkeling. Wat een mooi uitgangspunt zou dat zijn....

Ik vraag met af hoe de kinderen op de Fonkeling aan leren toekomen. En nee, dat bedoel ik niet negatief! Maar ik heb de hele ochtend met kippenvel op mijn armen en grote ogen alleen maar rondgekeken. En genoten van alles wat ik zag! Dat een sterk basisprincipe zoals het directe Van instructiemodel (met alle bijbehorende differentiatie) samen kan gaan met het unitwerken, met veel zelfstandigheid en zelfregulerende vaardigheden. Dat kinderen enorm vrij lijken, maar er een heel gericht raamwerk van doelen onder ligt? Ik vond het heel inspirerend om te zien!
Alhoewel ik de visie niet als een raamwerk op mijn visie kan leggen, of op mijn leerlingpopulatie, heb ik veel inspirerende elementen gezien op de Fonkeling die ik mee wil nemen in mijn eigen onderwijs.

Hierna hebben we een kijkje genomen bij Basisschool de Haren (Of officieel de Brede Bossche school). Deze school valt onder hetzelfde bestuur als mijn eigen werkplek. Ik vind het prettig om bij verschillende scholen binnen Signum rond te kijken, om te zien wat ons bestuur allemaal in huis heeft. Ook belangrijk voor het netwerken, als je weet waar de kwaliteit van andere scholen ligt.
Deze basisschool is al voor de tweede keer benoemt tot excellente school! Dit vooral omdat de doorgaande leerlijn van 0-13 (Het IKC) goed loopt, de school echt het hart van de wijk vormt en er veel geïnvesteerd wordt op het gebied van de zaakvakken in het projectmatig werken. Zo nemen ze bijvoorbeeld deel aan de Lego league. Ook op de Haren, net als op mijn werkplek, is er veel ruimte voor personele ondersteuning waardoor leerkrachten onder schooltijd extra kunnen ondersteunen met leerlingen, of met (het goed vormgeven van) dit soort projectmatige activiteiten. Het goed inzetten van die extra personele ondersteuning was voor mij ook een inspirerend leermoment.

De eerste poging tot een trapmodel

Vandaag gaan zitten voor de leerdoelen rondom samenwerking. Eerder had ik op basis van de literatuur al doelen en gedragingen rondom samenwerking verzamelt. Daar heb ik vandaag ook de leerlijnen sociaal gedrag van het CED aan toegevoegd. En toen moest het een trap worden. Ik ben gaan schuiven, schrijven, gummen..... en had een trap. Nog een wankele touwbrug zullen we maar zeggen, maar toch! Vanuit de theoretische onderbouwing, die de vormen aan begint te nemen van een visiestuk, komen de vier leeractiviteiten van Boekarts en Simons (2013) naar voren. Daar zijn de verschillende traptreden op gebaseerd. Graag ontvang ik van jullie feedback op de formulering van de doelen!





Behalve dat samenwerking mijn hoofddoel is, heb ik nog geen duidelijk beeld (of teveel beelden) welke richting ik op wil. In eerste instantie wilde ik dit toepassen tijdens het thematisch werken, maar tevens wil ik de link leggen met leerkrachtvaardigheden en het activerende instructiemodel. Ik zwem nog even door.......
En nu nog even een PITCH maken om mijn ideeën volgende keer met mijn ontwerpbureau te kunnen delen. Vandaag al wat interessante filmpjes gezien over het maken van een 'elevator pitch' en ik heb er vertrouwen in!

posted under | 1 Comments

love it...


Nieuwere posts Oudere posts Homepage

Volg me!



Recent Comments